Agastya

Sri Aurobindo (Aurobindo Ghose)
15 aug 1872 – 5 dec 1950
 
Sri Aurobindo was een Indiaas nationalist en vrijheidsstrijder, yogi, goeroe, hindoe-mysticus, filosoof en dichter.
Aurobindo Ghose werd als kind door zijn vader naar Engeland gestuurd om daar een Westerse opvoeding te krijgen. Hij was een uitmuntende student van het King’s College, Cambridge, Engeland.
Bij zijn terugkeer in India verbaasde hij zich erover dat zijn landgenoten in de overheersing van de Engelsen berustten en groeide uit tot een van de belangrijke onafhankelijkheidsstrijders van India.
Hij werd gevangen genomen door de Britten. In de gevangenis had hij een grote yogische ervaring. Na zijn vrijlating verlegde hij zijn aandacht van de politiek naar spiritueel werk.
Het centrale thema van zijn visie was de evolutie van het menselijke bestaan in een Goddelijk bestaan (Life divine).
De Integrale Yoga, die hij samen met zijn spirituele partner Mirra Alfassa (De Moeder) die hem vanaf 1920 bijstond, ontwikkelde is daarop gebaseerd. Hij werkte aan een spirituele realisatie die de mens niet alleen bevrijdt maar ook zijn natuur transformeert om een Goddelijk leven op aarde mogelijk te maken. Deze yoga van transformatie noemde hij ‘Supramentale Yoga’.

Sri Aurobindo over Integrale Yoga

Iedere Yoga is in wezen een nieuwe geboorte, een geboorte uit het gewone, mentale materiële leven van de mens in een hoger spiritueel bewustzijn en een groter wezen.
Geen enkele Yoga kan succesvol worden ondernomen en gevolgd tenzij er een sterk ontwaken is tot de noodzaak van dit grotere spirituele bestaan.
De ziel die geroepen wordt tot deze diepe en immense innerlijke verandering kan op diverse manieren bij het startpunt aankomen.
Op welke wijze het ook komt, er zal een besluit moeten volgen van het denkvermogen en de wil met als resultaat een volledige en effectieve zelf-toewijding. Het accepteren van een nieuwe spirituele ideeën-kracht en omhoog gerichte aandacht in het wezen, een verlichting, een omkering of overgang die wordt gegrepen door de wil en de aspiratie van het hart – dit is de beweging in het moment dat in zich, als een zaadje, alle resultaten draagt die de Yoga kan geven.
Alleen een idee of intellectuele zoektocht, zelfs al wordt het gedreven door een grote intellectuele belangstelling, is niet effectief, behalve wanneer het gegrepen wordt door het hart als het enige dat verlangd wordt en door de wil als het enige dat men te doen staat. Want de waarheid van de Geest moet niet zozeer worden gedacht als geleefd, en om het te leven vraagt een verenigd op één ding gericht zijn van het wezen.
Een dergelijk grote verandering als in de Yoga wordt niet tot stand gebracht door een verdeelde wil of een beetje energie van het twijfelende denkvermogen.
Hij die het Goddelijke zoekt moet zich toewijden aan God en aan God alleen.

Yoga is in essentie een zich afwenden van het gewone materiële en dierlijke leven zoals het door de meeste mensen geleefd wordt of van de meer mentale maar nog beperkte wijze van leven gevolgd door weinigen naar een groter spiritueel leven. Ieder beetje energie dat we geven aan het lagere bestaan is in tegenspraak met ons doel en onze zelf-toewijding. Aan de andere kant kan iedere activiteit of energie die we kunnen ombuigen van het lagere bestaan naar een dienstbaarheid aan het hogere bestaan een winstpuntje op onze weg zijn, ontfutseld aan de krachten die onze vooruitgang belemmeren.
Het is de moeilijkheid van deze volledige omzetting die de bron is van alle struikelen op het Yogapad.
Want onze volledige natuur en zijn omgeving, ons persoonlijke en universele zelf zijn vol van gewoontes en invloeden die tegen onze geestelijke wedergeboorte zijn en die zich keren tegen de inspanningen die wij met hart en ziel ondernemen.

In zekere zin zijn wij als mens niet veel meer dan een complexe massa van mentale, nerveuze en fysieke gewoontes die bij elkaar gehouden worden door een paar leidende regels, verlangens en associaties, een mengeling van vele zichzelf herhalende krachten met een paar belangrijkere vibraties. Wat wij in onze Integrale Yoga voorstellen is niets minder dan de volledige formatie van ons verleden en toekomst op te breken, die het gewone materiaal vormen de mentale mens, en een nieuw centrum van visie te vormen en een nieuw universum van activiteiten in onszelf.
Ten eerste is het van belang het centrale geloof en visie van het denkvermogen dat zich bezighoudt met zijn ontwikkeling en bevrediging en belangstelling in de oude uiterlijke orde van de dingen, te ontbinden.
Het is van het allergrootste belang deze oppervlakkige visie te vervangen door een dieper geloof en een visie die alleen het Goddelijke ziet en zoekt.
Het volgende dat nodig is, is ons lagere wezen eer te laten bewijzen aan deze hogere visie en dit nieuwe geloof. Al onze naturen dienen een integrale overgave te maken. Ons hele wezen – ziel, denkvermogen, gevoel, hart, wil, leven en lichaam, moet al zijn energieën zo volledig en in die mate toewijden, dat ze een geschikt voertuig wordt voor het Goddelijke.
Dit is geen eenvoudige taak, omdat alles ter wereld de vastgelegde gewoontes volgt, hetgeen een wet is en zich tegen deze radicale verandering verzet.
Geen verandering kan radicaler zijn dan de revolutie die wordt nagestreefd in de Integrale Yoga.
Alles in ons moet voortdurend worden teruggefloten naar dit centrale geloof, wil en visie.
Het denkvermogen moet ophouden denkvermogen te zijn en stralend helder worden met iets dat er bovenuit stijgt.
Het leven moet veranderen in iets onmetelijks, kalm, intens en machtigs dat zijn oude blinde hongerige kleine zelf vol kleine impulsen en verlangens niet meer herkent.
Zelfs het lichaam zal zich moeten overgeven aan een verandering en niet langer het lawaaïge dier of de belemmerende pummel moeten zijn dat het nu is, maar in plaats daarvan de bewuste dienaar en het stralende instrument worden, een levende vorm van de geest.

De moeilijkheid van deze taak heeft religies en yogascholen de neiging gegeven het leven in de wereld te scheiden van het innerlijk leven. Vandaar de aantrekkingskracht tot het principe van exclusieve concentratie, dat zo’n grote rol speelt in de gespecialiseerde yogascholen, want door deze concentratie kunnen we door een compromisloos verwerpen van de wereld ons toeleggen op de volkomen zelf- toewijding aan de Ene op wie wij ons concentreren.
Het is dan voldoende de bewegingen van de lagere naturen te doden of stil te maken en alleen de hoogst noodzakelijke energieën te behouden.
Wanneer we echter een integrale transformatie nastreven zal deze ons verbieden de kortste weg te nemen en onze belemmeringen weg te gooien. Want we zijn erop uit ons volledige zelf te overwinnen en de wereld voor God. Het Goddelijke dat we aanbidden is niet alleen een Realiteit die veraf is en buiten de kosmos, maar een half verborgen Manifestatie die aanwezig is en dichtbij ons is, hier in het universum. Het leven is het vlak van nog niet volledige goddelijke manifestatie, op aarde, in het lichaam.
Voor de gewone mens die aan zijn eigen oppervlakte-wezen leeft, onwetend betreffende de diepten van het zelf en de uitgestrektheid achter de sluier, is zijn psychologische bestaan redelijk eenvoudig.
Een klein maar lawaaiig gezelschap van verlangens, enkele dwingende intellectuele en esthetische hunkeringen, wat smaken, een paar leidende of vooraanstaande ideeën te midden van een enorme stroom en meestal onbenullige losstaande gedachten, een aantal meer of minder dwingende vitale behoeften, wisselingen in fysieke gezondheid en ziekte, een aantal verspreide of inconsequente reeksen van vreugde en verdriet, vele kleine verstoringen en wisselvalligheden en zeldzame sterke zoektochten en oplevingen van denken en lichaam en door dat alles heen de Natuur die al deze zaken een soort praktische orde oplegt, een te verdragen rommelige orde met behulp van het denken en de wil; dit is het gegeven (materiaal) van zijn bestaan.
De doorsnee gemiddelde mens is nu even grof en onontwikkeld op het innerlijk gebied als de voorbije primitieve mens was op het uiterlijk gebied.
We zullen erachter komen dat we zijn samengesteld uit vele persoonlijkheden, elk met zijn eigen eisen en verschillend. Intellect, wil, gevoelsdenken, het zelf van verlangen en zenuwen, het hart en het lichaam hebben hun eigen complexe individualiteit en zijn gevormd uit de natuur, volkomen onafhankelijk van de rest. Het stemt niet met zichzelf in, niet met de andere en ook niet met het ego dat de schaduw is die geworpen is over onze kunstmatige onwetendheid door een centraal of centraliserend zelf. Ons wezen is een ruw samengestelde chaos waarin we het principe van een hogere harmonie moeten introduceren.
Dan zullen we erachter komen dan we ook innerlijk, net als uiterlijk, niet alleen in de wereld leven. De scherpe afgescheidenheid van het ego was niet meer dan een waanidee. We bestaan niet in onszelf, we leven niet werkelijk in een innerlijke privacy of eenzaamheid. Ons denkvermogen is een ontvangend, ontwikkelend en zich aanpassende machine waarin voortdurend een onophoudelijke vreemde stroom beweegt die van boven komt, van beneden, van buiten.
Een groot deel van onze gedachten en gevoelens komen van anderen of van de omgeving en meer nog, ze komen van de universele natuur, van sferen, hun krachten en invloeden.
De moeilijkheid van onze afzonderlijke redding neemt immens toe door deze complexiteit en veelvoudige openheid en onderworpenheid aan de instromende energieën vanuit het universum.
Wij moeten met dit alles rekening houden, ermee zien om te gaan, het geheime materiaal van onze natuur leren kennen, de hieruit voortkomende bewegingen en in dit alles een lichtend centrum creëren, een werkelijke harmonie en een lichtende orde.
In de gebruikelijke Yoga-paden werden deze moeilijkheden op een redelijk eenvoudige wijze ondervangen. Men kiest één centrale moeilijkheid en maakt deze tot kracht het doel te bereiken, al het andere wordt hiervan uitgesloten. Een exclusieve concentratie is de redding.
Voor de volgeling van de Integrale weg kan deze innerlijke of uiterlijke eenzaamheid slechts kort of periodiek zijn tijdens zijn spirituele vooruitgang.
Hij accepteert het leven en draagt daardoor niet alleen zijn eigen last, maar ook een groot deel van de last van de wereld. Hij moet niet alleen in zichzelf de krachten van egoïstische onwaarheid disharmonie overwinnen, maar ze ook in de wereld overwinnen als vertegenwoordigers van dezelfde tegengestelde en onuitputtelijke krachten. Daarom draagt deze Yoga meer het karakter van strijd dan welke andere vorm dan ook.

Daarom dienen wij onze concentratie te richten op deze hoogste geest van gedachte en wil of in het innerlijke hart van de diepste gevoelens en emoties, op één van beide of indien mogelijk , op beide tegelijk en dat gebruiken als breekijzer om de gehele natuur te verhogen in de richting van het Goddelijke.
De concentratie van een verlichte gedachte, wil en hart in eenheid gekeerd naar het grote doel van onze kennis, een lichtende en oneindige bron van onze handelingen, een onvergankelijk object van onze emoties is het beginpunt van de Yoga.
Ons enige doel moet het Goddelijke zelf zijn, waarnaar men in zijn verborgen natuur altijd naar streeft,
bewust of onbewust. Er dient een grote, veelzijdige en toch enkele concentratie te zijn van de gedachte op het idee, de waarneming , de visie, de ontwakende aanraking, de realisatie van de ziel van het ene Goddelijke.
Er dient een vlammende concentratie in het hart te zijn naar het zoeken van het Al en het Eeuwige, en, wanneer we hem gevonden hebben, een diep duiken en opgaan in het bezitten en de extase van de Al-Schone.
Er dient een sterke onbeweeglijke concentratie te zijn van de wil naar het bereiken en vervullen van alles dat het Goddelijke is en een vrije, beweeglijke opening naar alles dat hij in ons tracht te manifesteren. Dit is het drievoudig pad van de Integrale Yoga.

Tekst van Sri Aurobindo uit: The Synthesis of Yoga (vrij vertaald).

Gratis nieuwsbrief