DE KONING DIE MUREED WILDE WORDEN
Er was eens een koning die zijn koninkrijk op
wilde geven en mureed wilde worden. Hij wilde van al zijn aardse schatten
afstand doen en zich geheel aan geestelijke gedachten overgeven. Toen hij naar
een geestelijk leraar in Bokhara ging, gaf deze hem het werk van een leerling
die op proef is. Dit werk bestond eruit dat hij het huis waarin alle leerlingen
woonden schoon moest maken, dat hij het huisvuil op moest halen en buiten het
dorp moest brengen.
De andere leerlingen voelden ongetwijfeld veel medelijden met deze man en waren
geschokt dat hij, die eens als koning op de troon placht te zitten, dit alles
moest doen. Zij dachten dat het verschrikkelijk voor hem moest zijn.
De leraar die wist wat hij wilde bereiken, kon niet anders doen. Hij zei: “Hij
moet het doen, want hij is nog niet klaar.”
Op een dag kwamen alle leerlingen naar de leraar en zeiden: “Meester, wij voelen
allemaal mee met deze man. Hij is zo fijngevoelig, zo vriendelijk en zo
ontwikkeld. Wij zouden erg gelukkig zijn als u hem van deze plicht zou willen
ontslaan.”
De leraar zei: “We zullen hem op de proef stellen.”
Op een dag toen de man zijn vuilniszak buiten het dorp bracht, botste iemand
tegen hem op en alle vuilnis werd over de grond gegooid. Hij keek op en zei:
“Dit zou in het verleden niet gebeurd zijn, dat kan ik je wel zeggen.”
En toen hierover verslag werd uitgebracht aan de leraar, zei deze: “Zei ik niet
dat de tijd nog niet rijp is?”
Na enige tijd werd de test weer herhaald. Deze keer keek de man alleen op naar
degene die de botsing had veroorzaakt, maar zei niets.
Weer zei de leraar: “Zei ik niet dat de tijd nog niet rijp is?”
Maar de derde keer dat hij op de proef gesteld werd, keek hij niet eens naar de
man die zijn vuilniszak had omgegooid. Hij pakte alles op wat verspreid lag en
bracht het weg.
Toen zei de leraar: “Nu is de tijd rijp, nu is hij klaar.”