EERLIJKHEID

Er is een verhaal over een jongen die dwars door de woestijn naar Bagdad werd gestuurd. Zijn moeder had een paar goudstukken in zijn deken genaaid en zei dat hij die veilig verborgen moest houden en de deken niet mocht opentornen voor hij de stad had bereikt. Dat was een voorzorgsmaatregel tegen rovers, want er waren nog geen treinen, auto's of karavanen. Je kon enkel en alleen te voet reizen.
Toen de jongen bij de woestijn kwam, ontmoette hij een bende rovers. Hoewel ze dachten dat hij niet veel geld bij zich zou hebben, omdat hij maar een kleine jongen was, vroegen ze hem toch: "Heb je muntstukken, goud of zilver bij je?" Nu had de jongen geleerd altijd en overal de waarheid te spreken en dus antwoordde hij: "Ja".
Hij kon het niet in overeenstemming met zijn geweten brengen om "nee" te zeggen.
"Waar heb je ze?" vroegen ze.
"Ze zijn in mijn deken genaaid,"zei hij.
Omdat hij hun dat zo vrijmoedig vertelde, stal hij hun hart en traden de rovers zelf ook eerlijk op.
Ze zeiden: "We zouden van je hebben gestolen, als je ons niet de waarheid had verteld."
En ze lieten de jongen gaan.