GELOOF

Een leerling die een vast geloof in de oneindige macht van zijn meester bezat was in staat om door het uitspreken van diens naam een rivier over te wandelen. De leermeester die dit zag dacht bij zichzelf: 'Indien de macht van mijn naam zó groot is, hoe groot moet dan wel mijn persoonlijkheid zijn!'
De volgende dag beproefde ook hij, onder het uitspreken van 'Ik, ik, ik' hetzelfde te doen. Zodra hij echter het wateroppervlak betreden had zonk zijn lichaam in de diepte en hij verdronk.
Het geloof kan wonderen verrichten, terwijl ijdelheid en zelfzucht de ondergang van een mens kunnen betekenen. Aan alle wonderdaden ligt niets anders dan absoluut vertrouwen en algehele overgave aan God ten grondslag.